IPCC: AR6 WGII – Europa: Context

Inleiding

In het 3.650 pagina tellend rapport AR6 van het IPCC gaan de 143 pagina’s van hoofdstuk 13 over Europa. Het hoofdstuk wordt hier samengevat in vier blogs

  1. Context: overzicht van risico’s, in grote lijnen wat we eraan kunnen doen en enkele bedenkingen;
  2. Water: hoe bedreigt water ons en wat kunnen we eraan doen;
  3. Hitte: hitte is de grootste bedreiging;
  4. Samenleving: hoe worden we getroffen in onze manier van samenleven.

Risico’s

De huidige opwarming met 1,1°C heeft nu al gevolgen op klimaat gerelateerde gebeurtenissen, bijv. hittegolven, droogte, waterbommen, en toont aan dat ongelijkheid bijdraagt tot grotere schade en lagere kansen tot aanpassen voor de meest kwetsbaren (AR6 Chapter 13 Europe P 3)

Vooral als de temperatuur met meer dan 1,5°C zou stijgen, gaan volgende kernrisico’s doorwegen:

  • De leefbare ruimte neemt af en het aantal doden door hitte verdrievoudigt;
  • Het kweken van gewassen in sommige regio’s wordt onmogelijk. Dat verlies wordt niet gecompenseerd door milder klimaat in ’t noorden noch door irrigatie die moeilijk wordt door gebrek aan water;
  • Schaarste aan water en drinkwater neemt sterk toe in ’t zuiden maar ook over heel Europa. Steden worden het meest bedreigd;
  • Bij een opwarming met 2 à 3°C tegen 2100 neemt de schade met het tienvoud toe door overstromingen aan zee en in delta’s.

Onderstaande figuur geeft voor de belangrijkste risico’s – als we weinig ingrijpen – de relatie met temperatuurstijging en zekerheid volgens de simulaties.

Figuur: Overzicht van klimaatrisico’s (AR6 Chapter 13 Europe p. 70)

Uiteraard zijn er verschillen per effect en per regio

Figuur: Effecten klimaatopwarming per regio (AR6 Chapter 13 Europe p. 10)

In Europa worden we langzaam meegenomen in de klimaatverandering. Het is nu pas dat een aantal gevolgen samen voorkomen. Bijv. een afwisseling van hittegolven en overstromingen, gecombineerd met bosbranden in bepaalde gebieden, het wegtrekken van dieren uit bepaalde regionen, het ontdooien van delen van de Toendra, enz.

Bedenkingen

Vergeleken met andere regio’s in de wereld wordt Europa relatief mild getroffen door de klimaatopwarming. De grootste gevolgen komen er pas als de temperatuurstijging hoger gaat dan 1,5 of zelfs 2 °C. Omdat Europa dicht bevolkt is en nu eenmaal ligt waar het ligt, nl. tussen de 30° Noorderbreedte en de Noordpool, zijn de gevolgen van de klimaatopwarming heel divers. Bijgevolg hebben we ook heel uiteenlopende maatregelen nodig om die te verhelpen.

Daarnaast is de samenleving in Europa heel afhankelijk van andere continenten voor aanvoer van voedsel, grondstoffen voor energie en bepaalde producten. Daarom is Europa indirect afhankelijk van klimaatveranderingen daar, zeker bij temperatuurstijgingen groter dan 1,5 °C.

Voor de aanpak van de klimaatveranderingen zal Europa

  • Goed moeten samenwerken over Europese landen heen, leren van elkaar en lokale kennis gebruiken;
  • Kennis moeten samenbrengen met andere delen van de wereld om hen en ook onrechtstreeks zichzelf te beschermen.

Twee recente gebeurtenissen leren ons een en ander over een dergelijke aanpak, nl. de COVID-19 pandemie en de oorlog in Oekraïne. Beide crises

  • Leiden de aandacht af van de latente klimaatcrisis;
  • Vragen veel meer Europese samenwerking dan in de EU gewoon was vóór de crises;
  • Tonen aan dat het overgrote deel van de bevolking bereid is om mee te werken aan een gefundeerde en goed uitgelegde aanpak;
  • Leren dat privébedrijven en financiële instellingen veel kunnen realiseren, maar dat ze pas van koers veranderen als de overheid op grote schaal coördineert en hun inkomsten c.q. winst garandeert;
  • Slokken heel veel geld en energie op;
  • Veroorzaken grote mentale en emotionele reacties.

Onze Europese strategische geo-afhankelijkheid komt duidelijk in beeld en we moeten opnieuw nadenken over een aantal gewoontes. Heel eenvoudige zaken zoals ‘hoe warm zet ik de thermostaat’, ‘welke verplaatsingen doe ik met de wagen, de fiets of te voet’, ‘ga ik deze reis doen met het vliegtuig’, … komen weer aan bod.

Door het opschuiven van dieren en plantengordels naar het noorden komen de graan-, gerst- en maïsschuren na 2050 ergens tussen Zweden en Siberië te liggen.

Veel van de technische oplossing voor de klimaatproblemen zijn bekend, maar worden té gefragmenteerd ingevoerd. Het is zaak ze snel genoeg, consequent, goed doordacht, voldoende afgestemd en op grote schaal te introduceren. Daarvoor moeten grote kapitalistische structuren als multinationals en financiële instellingen meewerken onder druk van activistische aandeelhouders, rechterlijke macht, mondige en eisende burgers…

In dat alles is er de open vraag naar wat er met de grote hoeveelheid aan “dirty money” moet gebeuren. Die grote hoeveelheden geld zijn per definitie ongrijpbaar en zeer behoudsgezind. Brengt de oorlog in Oekraïne iets bij op het vlak van bestrijding van witwaspraktijken, toepassen van compliance procedures en betalen van belastingen? Het nieuw beschikbare geld kan dan gebruikt worden in de transformatie naar een broeikasgas-vrije maatschappij.

We staan voor een cruciale periode. Hopelijk zijn de twee crises die ons sinds 2020 bezighouden springplanken om de latente klimaatcrisis te beheersen.

De ontwikkelingen in de wereld raken plotseling in een verschrikkelijke stroomversnelling; ontwikkelingen die anders eeuwen in beslag nemen, lijken binnen maanden en weken als vluchtige fantomen voorbij te flitsen en dan voltooid te zijn.’
Jacob Burckhardt, universiteit Bazel, in “Wereldhistorische Beschouwingen” (1905)

Wil je op de hoogte worden gehouden van nieuwe publicaties?

Schrijf je dan in op onze nieuwsbrief en ontvang regelmatig de inzichten van Lucrates